De IM Hawaii, eindelijk stond hij dit jaar op mijn kalender. Sinds ik in September 2015 mijn slot behaalde tijdens de IM Mallorca, keek ik heel erg uit naar deze wedstrijd. Maar al te graag had ik de goede vorm van Nice bevestigd, maar dat idee diende ik begin augustus bij te stellen. Een val en bijbehorende sleutelbeenbreuk in aanloop naar de triatlon van Alpe d’Huez, veranderden mijn ambitie in “hopen dat ik kan meedoen.” De weken die volgden waren alles behalve aangenaam. Vooral het feit dat ik mij niet kon voorbereiden zoals het hoorde, knaagde aan mij. Aan de kwarttriatlon in Lille hield ik een goed gevoel over, maar desondanks was er toch nog mentaal oplapwerk nodig vooraleer af te reizen richting Kona.
Na een lange reis zette ik een week voor de wedstrijd voet aan grond in het voor triatleten heilige Hawaii. Er volgde meteen een eerste kennismaking met het plaatselijke klimaat (warm en vochtig). Drinken, drinken en nog eens drinken zou de volgende dagen een belangrijk onderdeel van de dag worden. Al heb ik reeds een aantal jaar ervaring met Ironman-wedstrijden, ik was de laatste dagen voor de wedstrijd diep onder de indruk van het niveau van wat ik zag op training. Iedereen leek wel 40km/u te rijden en op de toppen van zijn tenen te lopen. In het plaatselijke zwembad was het bij momenten smeken om er in een baan bij te mogen. In vorm of niet in vorm, ik was tevreden dat het eindelijk zaterdag 10 oktober was.
De massastart in het zwemmen is nooit mijn favoriet onderdeel geweest, maar in Hawaii was ik voor één keer goed vertrokken. Het neemt niet weg dat het 3,8 drukke zwemkilometers zouden worden. Leuk detail is dat ik –ondanks het feit dat we met een 2000-tal atleten waren – ergens halverwege plots vaststelde dat ik al een tijd in de voeten van mijn broer Joeri aan het zwemmen was. Zwemmen zal nooit mijn sterkste punt worden, maar met mijn 1u06’47” kon ik best leven. Na een veel te drukke wissel was het eindelijk tijd om aan het fietsen te beginnen.
De 180 fietskilometers in Hawaii stellen op papier(!) niet veel voor. Eigenlijk rijd je grotendeels op 1 lange, golvende rechte weg (de Queen K) richting Hawi, draait rond een paar kegeltjes en komt terug. Coach Bart had benadrukt van mij de eerste 120km relatief kalm te houden. Anders zouden er broken volgen. Maar in tegenstelling tot de dagen vooraf, blies de wind in het begin stevig in het nadeel. Ik besloot bijgevolg van meteen stevig door te trekken om zo snel mogelijk uit de grote pelotons weg te geraken. Dat lukte en iets voor het keerpunt in Hawi was er ruimte om te fietsen zonder de constante dreiging van bestraft te worden. Waar ik echter niet op gerekend had, was dat de wind op de terugweg naar Kona nog steviger in het nadeel zou blazen. Het resultaat was dat na 140km het beste bij mij er af was. Mijn tempo stokte en een aantal jongens kwamen terug uit de achtergrond en namen vlot afstand. Na 180km stapte ik met een rotslecht gevoel van de fiets en dacht echt aan opgeven. Ik nam mijn tijd in de wissel alvorens aan de afsluitende marathon te beginnen. Ondanks de aanmoedingen en ambiance in de straten van Kona liep het voor geen meter bij mij. De benen voelden heel zwaar aan, de hitte deed de hartslag meteen fel in het rood gaan en vanaf km 1 diende ik mijn tempo aan te passen. Een paar moeilijke momenten later besloot ik van bevoorradingspost naar bevoorradingspost te lopen. Daar volgde telkens hetzelfde stramien: sponzen aannemen-bekertje water drinken-bekertje ijs voorraan in mijn pakje kappen-bekertje ijs achteraan leeggieten-slokje cola nemen-bekertje water over het hoofd gieten en opnieuw sponzen aannemen. Dit alles bezorgde je toch 500m een goed gevoel waarna de hitte weer genadeloos toesloeg.
Na 10km kreeg ik eindelijk een beter gevoel en maakte ik opnieuw plaatsen goed. Na de hellende meters van Palani Road volgde echter nog de mentale beproeving richting Energy Lab. Hier was ik toch nog heel bevreesd voor, maar toen kwam ik ene Sarah Piampiano tegen. In volle jacht op Camilla Pedersen schreeuwde haar entourage haar toe dat ze mijn spoor diende te volgen. De Amerikaanse profatlete ging vlot mee en samen werd een samenwerkende vennootschap opgericht. Op de lange, golvende stukken en dwars door Energy Lab, elk deden we ons deel van het kopwerk en vuurden we elkaar aan. De zware klop van de hamer bleef uit en na 40km zat het zwaarste erop. Vanaf dan voelde het aan alsof alle vermoedheid wegvloeide en was het genieten van de laatste meters op Ali’I Drive. Na 9u00’02” bereikte ik als 1e van de M30 de aankomst. Het zorgde voor een enorme ontlading bij mijzelf. Niet alleen de moeilijke momenten tijdens de wedstrijd zelf, eveneens de verhakkelde voorbereiding, zorgden voor heel wat opgekropte frustratie. Dat kwam er in 1 keer allemaal uit. Ik was niet in topvorm (dat kon ook niet)en had geen superdag. Ook aan het voorbije seizoen houd ik geen goed gevoel over, maar deze wedstrijd maakte echter heel wat goed. Ik kan alleen maar bevestigen dat Hawaii een mythe is, ééntje waar het mentale volgens mij een heel belangrijke rol speelt. Qua omloop best wel saai, maar qua beleving kan je het met niets anders vergelijken.
Triatlon doe je niet alleen. Dat ik in Hawaii kon meedoen, heb ik te danken aan Dr. Roel Parys, de uitstekende hulp van kine’s Stijn De Mot en Thomas Kestens, mijn ouders en familie, coach Bart en mijn collega’s van Odisee (@KU Leuven). Dankzij het SMO-Specialized Team en partners kon ik ook gebruik maken van topmateriaal. De hulp, toewijding, ondersteuning, tijd, energie,… van al deze mensen hebben er voor gezorgd dat ik dit kon doen. Bedankt allen!
Timothy











